Controle onder de motorkap
- Koelvloeistof
- Houdt de motor koel.
- Controleer minimum markering bij koude motor.
- Zelf bijvullen indien nodig.
- Ruitensproeiervloeistof
- Houdt de ruiten schoon.
- Zelf bijvullen, in de winter met antivries.
- Lampje op dashboard waarschuwt bij een laag niveau.
- Motorolie (peilstok)
- Controleer bij koude motor op een vlakke ondergrond.
- Peilstok schoonmaken, terugsteken, eruit halen, niveau aflezen (tussen min. en max.).
- Motorolie bijvullen
- Vul motorolie bij en controleer daarna opnieuw met de peilstok.
- Remvloeistof
- Zorgt voor goede druk in het remsysteem.
- Alleen garage mag bijvullen.
- Accu
- Zorgt voor stroom om de motor te starten.
Wat moet je minimaal controleren aan de banden?
- Bandenspanning
- Moet voldoende zijn.
- Waarde vind je bij de bestuurdersdeur of tankdopklepje.
- Profieldiepte
- Minimaal 1,6 mm (zomerbanden), 4 mm (winterbanden).
- Ventieldopje
- Moet aanwezig zijn om vuil buiten te houden en luchtverlies te voorkomen.
- Beschadigingen en lekke band
- Controleer of er geen lekke band is.
- Let op beschadigingen zoals spijkers, scheuren, slijtage of uitdroging.
Controle in de auto (dashboard en bediening)
- Achterruitverwarming
- Voorruitverwarming
- Waarschuwingslampjes: rood = direct stoppen, oranje = controle.
- Ruitenwissers: hendel met verschillende snelheden.
- Spiegels en stoel: juiste afstand, rechte rugleuning, goed zicht.
Verlichting
- Knipperlichten: hendel omhoog/omlaag.
- Stadslicht, dimlicht, groot licht: draaiknop en hendel.
- Mistlichten: aparte knop; controlelampje brandt.
- Remlichten: laten controleren door iemand of via reflectie.
Ventilatie en airco
- Airco: knop “A/C” aanzetten.
- Beslagen ruiten: ventilatie op voorruitstand, blower en eventueel airco gebruiken.
Russian language | English language